WOZ-waarde serviceflat vaak te hoog vastgesteld

HomeJurisprudentieWOZ-waarde serviceflat vaak te hoog vastgesteld

De WOZ-waarde van een serviceflat dient lager te zijn dan van een reguliere flat. Voor serviceflats moeten namelijk veelal hoge servicekosten worden betaald. De Hoge Raad heeft een arrest gewezen waarin is bepaald dat de verplichting tot het betalen van servicekosten een waardedrukkend effect heeft op de WOZ-waarde van de serviceflat. Voor een dergelijke serviceflat is de verkoopprijs dan ook lager dan van een reguliere flat. Het betreft, immers, een omstandigheid die de marktpositie van een onroerende zelf beïnvloed en daarmee ook de WOZ-waarde. Sprake is dan ook van een andere markt dan bij reguliere flats. De meestbiedende koper van een serviceflat is dan ook een ander type koper dan de koper die een reguliere flat koopt. In de praktijk worden de serviceflats te vaak vergeleken met reguliere flats en leidt dan tot een te hoge WOZ-waarde van de desbetreffende serviceflat.

De Hoge Raad heeft voorgaande als volgt verwoord:

Het hiervoor in 3.3 weergegeven oordeel van het Hof moet kennelijk aldus worden opgevat dat de markt voor serviceflats als de onderhavige van dien aard is dat – ook na eliminatie van de waardedrukkende invloed van de verplichting tot het betalen van servicekosten – voor deze flats, gelet op de aard en de functie daarvan, prijzen worden betaald die in belangrijke mate lager zijn dan de prijzen die betaald worden voor overigens vergelijkbare flats. Het Hof heeft daarbij kennelijk in aanmerking genomen dat belanghebbende onvoldoende weersproken heeft gesteld dat de behoefte waarin voorheen door serviceflats als de onderhavige werd voorzien sterk is teruggelopen, en dat die ontwikkeling veel meer te maken heeft met het gehele concept van de serviceflat dan met de servicekosten.

Aldus opgevat geeft ‘s Hofs oordeel geen blijk van een onjuiste opvatting van het waarderingsvoorschrift van artikel 17, lid 2, van de Wet WOZ. Een omstandigheid die de marktpositie van de onroerende zaak zelf beïnvloedt, blijft bij die waardering niet buiten aanmerking. ‘s Hofs oordeel kan, als verweven met waarderingen van feitelijke aard, voor het overige in cassatie niet op juistheid worden getoetst. Het is ook niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. Het tweede en derde middel falen derhalve.’

Heeft u vragen over de WOZ-waarde? Neem gerust contact op met onze WOZ Juristen.