vrijstaande woning 2

Bedrijfswoning met te hoge WOZ-waarde

HomeJurisprudentieBedrijfswoning met te hoge WOZ-waarde
vrijstaande woning 2

Een bedrijfswoning die niet verbonden is met een bedrijfspand, is als woning niet verkoopbaar en vormt een waardedrukkende factor. Sprake is van een beperking door het bestemmingsplan. De WOZ-waarde van een dergelijke bedrijfswoning is dan ook niet juist. De beperking is dan ook dat er geen bedrijfsactiviteiten kunnen plaatsvinden in de woning en een bedrijfspand ontbreekt, zodat geen bedrijfsactiviteiten kunnen worden ontplooid. Dat sprake zou kunnen zijn van een gedoogsituatie maakt het voorgaande volgens de rechtbank niet anders.

De rechtbank overweegt dan ook in de uitspraak als volgt:

Bij zijn waardeonderbouwing verliest verweerder bovendien uit het oog dat hij bij het bepalen van de WOZ-waarde van eisers woning rekening had dienen te houden met de vanuit het bestemmingsplan voortvloeiende beperking van het gebruik van die woning.

De in artikel 17, tweede lid, van de Wet WOZ vervatte overdrachtsfictie staat er immers niet aan in de weg dat bij de waardering van een onroerende zaak rekening moet worden gehouden met de waardedrukkende invloed van een bestemmingsplan die de kring van gegadigden voor de verkrijging van de onroerende zaak beperkt, omdat niet elke potentiële koper de zaak mag bewonen. Dat
hiervan sprake is, volgt uit wat verweerder daarover in zijn verweerschrift heeft opgemerkt.

Verweerder heeft immers onweersproken gesteld dat alleen sprake kan zijn van een bedrijfswoning, overeenkomstig het bestemmingsplan, als die woning onlosmakelijk verbonden is met een bedrijfspand. Bij de woning van eiser ontbreekt die relatie en is aldus sprake van bewoning in strijd met het geldende bestemmingsplan. Weliswaar heeft verweerder ter zitting verklaard dat, in zijn opvatting, het wel toegestaan is dat in de woning tevens een studio wordt gevestigd voor bijvoorbeeld (kleinschalige) bedrijfsactiviteiten, maar eiser heeft dit gemotiveerd bestreden. Eiser heeft namelijk naar voren gebracht dat een potentiële koopster zich heeft gemeld die in de woning een nagelstudio wilde vestigen, maar na overleg met de gemeente is duidelijk geworden dat deze bedrijfsactiviteit niet was toegestaan. Verweerder heeft zijn stelling dat een dergelijke bedrijfsvoering in de woning wel mogelijk is verder op geen enkele wijze (met stukken) onderbouwd. Het bestemmingsplan heeft daardoor voor de woning van eiser een waardedrukkende invloed, omdat zijn woning niet als woning verkoopbaar is. Dat de gemeente Best gedoogt dat eiser zijn woning bewoont, maakt dit niet anders omdat dit gedogen persoonsgebonden is.’

Heeft u vragen over de WOZ-waarde? Neem gerust contact op met onze WOZ Juristen.